*Korte geschiedenis 
Sinds de verbouw van het huis in Hasselt liep Janne rond met het volgende idee: schrijvers in de keuken.
Ze stelde zich voor dat ze een aantal schrijvers zou uitnodigen om bij haar te komen om onder het genot
van koffie/thee/lekkers ‘geleerd’ te worden door een deskundig iemand op het gebied van literatuur. Om
te groeien in het vak. Uitgeverij Mozaïek ondersteunde dit idee. Daarnaast verwachtte Janne van elke
belangstellende een bijdrage om een goede spreker te kunnen bekostigen. (foto keuken?)

Janne mailde de romanauteurs uit het bestand van Mozaïek het volgende:
De praktijk wijst uit dat, al weet je (soms) hoe het schrijven niet moet, het nog niet meevalt het
goed/anders/beter te doen. En ja, wat is goed? En wat valt daarover nog te leren? Natuurlijk doe ik aan
mijn eigen vorming. Mijn verlangen is te groeien in het vak waar ik zomaar ingerold ben. Ik wil graag
leren en andere schrijvers mogen als ze zin hebben aansluiten bij dit idee. Het gaat me niet om een
bespreking van ons eigen werk. Daarvoor kunnen we de recensies lezen;). Ik stel me eerder voor dat een
deskundige ons een opdracht geeft zoals het lezen van een boek of één of andere paper, waarna hij/zij ons
'leert' en wij dus kunnen meedenken/praten/vragen stellen. In ieder geval mag het tot doel hebben dat
wij groeien in het proces van worden aan ons schrijvers vak.

*De schrijver en zijn/haar gemeenschap
Op een vrijdagmiddag in november 2012 organiseerde ze de eerste Schrijverskeuken met inhoud.
Natuurlijk was een gezellige keukensetting (de kamer werd er overigens vanwege goede respons bij
aangetrokken) ook leuk voor de onderlinge ontmoeting van die teruggetrokken-achter-hun-computer-
zittende-schrijvers.
Janne had Dr. Enny de Bruijn (journalist, recensent en Revius-specialist) bereid gevonden om een
middagprogramma te vullen. Het thema was: De schrijver en zijn/haar gemeenschap. Enny besprak de
verhouding tussen de schrijver en de gemeenschap waarin hij/zij zich bevindt. Ze zette dat centraal,
omdat daar juist voor schrijvers soms spanningen liggen. Ze schreef daarover:
Aan de ene kant wil je vanuit je visie op het leven en de mensen en de moraal heel graag aardig zijn voor
iedereen en positief bijdragen aan de onderlinge gemeenschap, aan de andere kant wil je vanuit je
schrijversziel graag afstand nemen van die gemeenschap en kritisch naar iedereen en alles kijken.. Dat
thema speelt in veel boeken een rol, en veel schrijvers leven dat dilemma ook uit (neem Houellebecq, of
Grunberg, of Bilderdijk, of Multatuli, noem maar op) De roman die Enny ons als ‘huiswerkopdracht’
gaf is van Ian McEwan, Boetekleed. We lazen dat boek ter voorbereiding op die middag.

* Stijl, vakmanschap en boodschap
De tweede Schrijverskeuken vond april 2013 plaats in Utrecht m.m.v. Mirjam van der Vegt. Teunis Bunt
(neerlandicus en recensent) was onze gastspreker. We lazen ter voorbereiding Naar de overkant van de
nacht van Jan van Mersbergen en Dorst van Esther Gerritsen.
Teunis: Stijl, vakmanschap en boodschap, klinkt als een rare combinatie. Eigenlijk gaat het in alle
gevallen over techniek. Daar is wel wat over te zeggen. Wanneer is een dialoog goed, of een beschrijving?
Maar ook de techniek om een boodschap niet bovenop de handeling te leggen. In bijna alle gevallen gaat
het om schrappen.


*Niet gelukte fictie
De derde Schrijverskeuken in november was met Jan Brokken. Uit zijn mail:
Omdat de meeste schrijvers van jullie basisgroep fictie schrijven, zal ik het vooral over fictie hebben. Ik
zou jullie daarvoor liefst een roman laten lezen die niet gelukt is - in mijn ogen - en die niettemin
hemelhoog is geprezen: Orhan Pamuk (Nobelprijswinnaar 2006): ‘Het museum van de onschuld’.
In mijn lezingen over schrijven praat ik over de techniek, niet over de inhoud. Voor een in mijn ogen
geslaagde roman maakt het niet uit of die christelijk van inhoud is, atheistisch, islamitisch,
godslasterlijk of diep gelovig. Het gaat me om 'het hoe', niet om 'het wat' of 'het waarom'.


Uit Reformatorisch Dagblad:
De trein van verdriet vertrekt om 14.30

tekst Christine Stam-van Gent beeld RD, Anton Dommerholt
Schrijven is een eenzaam vak, de schrijver een eenzaam mens. Maar daar kun je wat aan doen, dacht
Janne IJmker, auteur van onder meer de historische roman ”Achtendertig nachten”.

Op een herfstige namiddag in 2012 stelde ze haar keuken open voor solitaire vakgenoten. Met support
van uitgeverij Mozaïek ontstond zo de ”Schrijverskeuken”, die vrijdag voor de derde keer plaatshad.
In een keuken is het niet alleen gezellig, er wordt ook gewerkt. IJmker: „Mijn verlangen is te groeien in
het vak waar ik zomaar ingerold ben. Ik wil graag leren en andere schrijvers mogen als ze zin hebben
aansluiten bij dit idee.”
Het keukengezelschap -gevorderde schrijvers, beginnende schrijvers en auteurs in spe door elkaar-
ontleedt overigens geen eigen werk. „Daarvoor kunnen we de recensies lezen.” Er wordt een deskundige op
schrijversgebied uitgenodigd, die van tevoren een leesopdracht geeft en daarover spreekt, waarna een
discussie volgt.
Na de eerste geslaagde sessie in IJmkers eigen keuken bleek een meer centrale ontmoetingsplek wenselijk.
Midden in de Utrechtse wijk Kanaleneiland staat Huis van Vrede, waar een lokale geloofsgemeenschap
elke zondagochtend samenkomt.
Deze vrijdagmiddag wordt de kerkzaal tijdelijk omgevormd tot schrijverskeuken, in afwachting van een
doorgewinterde auteur: Jan Brokken. Vazen met bloemen worden neergezet, stoelen in een keukenachtige
setting geplaatst, twee vrouwen uit de buurt zetten zelfgebakken lekkers op de lange houten tafel en
vullen kleine Marokkaanse theeglazen met takjes munt. Een grote doos met een plastic zwembad wordt
zolang uit het zicht geschoven - zondag zal er gedoopt worden.
De schrijvers komen binnen naar hun aard: een voor een. Maar de gesprekken ontstaan vanzelf.
„Schrijven is niet voor watjes”, verzucht Maria de Jonge, die hier graag komt „om even niet alleen te
wezen.” Ze won al twee verhalenwedstrijden, maar het schrijven van een roman is duidelijk andere koek;
die komt maar moeizaam van de grond. Na deze mededeling is het ijs gebroken, want zulke stumpers
lopen er meer rond. Biechten klinken over en weer. „Ik heb ook eindeloos uitstelgedrag.” „Héérlijk om dat
te horen!”
Siety Meyer heeft er niet zo’n last van. Ze heeft op eigen houtje al bijna een compleet boek geschreven;
een uitgever moet nog gezocht worden. Ook het tweederomansyndroom blijkt flink te heersen onder de
bezoekers: na je geslaagde debuut kijken alle lezers over je schouder mee en moet je onophoudelijk de
vraag: „Waar blijft je tweede?” beantwoorden. Wat het even begeerde als verfoeide schrijfisolement
natuurlijk niet ten goede komt.
Janne IJmker leest ter introductie iets voor uit ”De wil en de weg”, een van de boeken over het schrijversvak
die de veelzijdige Brokken publiceerde, ergens op de lange lijst tussen romans, reisverhalen en
autobiografisch werk in. „In het schrijven is alles toegestaan, op voorwaarde dat het een verrassend
resultaat oplevert. Waardoor bijna niets is toegestaan.” De toon is gezet, de stemming zit erin.
Jan Brokken begint met schorre stem; hij is bezig zijn nieuwste boek ”De vergelding”, over het dorp
Rhoon in oorlogstijd, in te spreken als luisterboek. Afgelopen maandag ging de AKO Literatuurprijs,
waarvoor deze titel genomineerd was, aan zijn neus voorbij. „Dus als u mijn raad van vanmiddag
opvolgt, schrijft u misschien een bestseller, maar krijgt u geen prijs.”
Hij wil het hebben over de liefdesroman en gaf daarom als huiswerk ”Het museum van de onschuld” van
Orhan Pamuk op, een roman die in zijn ogen „mislukt is, maar niettemin hemelhoog geprezen.”
Pamuk stond voor een opgave door een dergelijke roman te willen schrijven, zegt Brokken. Meestal dient
de liefdesroman een ander (politiek) doel en is de vraag „Krijgen ze elkaar?” vooral een weerhaakje om de
lezer erbij te houden. Lukt het Pamuk om een „uitgemolken genre” weer levend te maken?
Brokken dist de inhoud van ”Het museum” aanstekelijk op, „aanzienlijk spannender dan de roman zelf”
vindt een bezoekster. Kemal, de hoofdpersoon, staat voor een onmogelijke keuze: kiest hij voor de mooie,
intelligente Sibel, die net als hij uit een bemiddelde familie komt en ook dertig is, of wordt het Füsun,
het bevallige winkelmeisje van achttien dat hij ontmoet als hij nagenoeg verloofd is met Sibel?
Een goede tegenstelling, vindt Brokken, omdat we ze allebei sympathiek vinden: Sibel, de elegante,
wereldwijze dame, en Füsun, het naïeve, sexy meisje. Een les voor schrijvers: maak nooit grove
tegenstellingen, maar vernuftige. Zoals Kemal geen keuze kan maken, moet de lezer het ook niet
kunnen. „Veel enerzijdsanderzijds is een goed middel om vuur in een liefdesgeschiedenis te blazen.”
Helaas weet de lezer halverwege het boek al dat Kemal voor zijn grote liefde Füsun kiest, en wordt het
verhaal daarna een stuk taaier. „Blijf zorgen voor conflicten, liefst innerlijke conflicten! De allerbeste
biografieën tonen altijd de paradox in iemands persoonlijkheid, het ”twee zielen in één borst”.”
Brokken refereert aan ”Anna”, de biografie van Annie M. G. Schmidt, geschreven door Annejet van der
Zijl. „Annie, zoals de buitenwereld haar kende, was: branie, lachen, vrolijk. Maar Anna (haar
doopnaam) was: dodelijke onzekerheid, pijn, zwaarmoedigheid.”
Brokkens grootste probleem met ”Het museum van de onschuld”: dat Pamuk „door zijn eigen verhaal
heen zit te tetteren.” Hij voert zichzelf schrijvend in, waarschuwt voor bepaalde passages, verontschuldigt
zich voor andere enzovoorts. „Beste Pamuk, vertellen wat je intenties zijn is ronduit knullig. U daar, ú
had het eruit gehaald!” Brokkens vinger priemt naar een Mozaïekredacteur op de voorste rij.
Geen gevoelens beschrijven, maar de lezer laten meevoelen, meejanken, is cruciaal, vindt Brokken. „Geen
spoorboekje van gevoelens meegeven! De trein van verdriet vertrekt om 14.30, de trein van vreugde
vertrekt om 14.55…”
„Schrijf altijd in scènes”, waarschuwt de lector, die Jan Wolkers citeert: „Als ik mijn ogen dicht doe, moet
ik het voor me zien. En als ik het niet voor me zie, beschrijf ik het niet.” Brokken voegt er later nog een
persoonlijke tip aan toe: „Jezelf voorlezen, voorlezen, voorlezen. Dan hoor je of je verteltoon constant is,
waar de spanning inzakt, wat er leuk en niet leuk is.”
Na de pauze komen er nog wat praktische vragen uit het publiek. Moet je nou specifiek zijn of niet,
vraagt een auteur die van haar redacteur moest schrappen dat „een studentenstad” Leiden betrof. „Juist
niet!” roept Brokken stellig. „Kleine details zijn belangrijk! Hoe meer je inzoomt op een microkosmos,
hoe universeler je verhaal!”
„Ach”, klinkt het even later, „alles wat ik zeg heeft ook weer een gevaarlijke kant. Schrijven is
koorddansen. Er is geen handleiding. Welke details kies je, welke laat je liggen? Dat is talent, intuïtie.”
„Schrijven is verschrikkelijk, verschrikkelijk moeilijk”, besluit de auteur, die dit vak ergens een ”heilig
moeten” heeft genoemd. „Schrijven is bijna onmogelijk!” Het publiek leeft zichtbaar op van deze montere
afsluiter. Zonder innerlijk conflict geen schrijver.


* Storytelling in 12 stappen
De vierde Keuken werd gevuld door Mieke Bouma en kwam los van Uitgeverij Mozaiek tot stand.
Christine Stam werd medeorganisator.

Uit Mieke Bouma’s aankondiging: Tijdens deze middag van de Schrijverskeuken gaan we op reis met de
held. De workshop is gebaseerd op het boek  ‘Storytelling in 12 stappen’, waarin ‘De Reis van de Held’
voor schrijvers uiteen wordt gezet.
De Reis van de Held is de mythische verhaalstructuur, die de ruggengraat en vertelstructuur van vele
verhalen en films vormt en daarom een onuitputtelijke inspiratiebron is. De 12 stappen helpen niet
alleen om de creatieve stroom op gang te houden maar ook om structuur aan te brengen in het materiaal.
Tijdens deze middag wordt het verhaalmodel aan de hand van voorbeelden en filmfragmenten
behandeld. De 12 storybeats die aan de orde komen, bieden richtlijnen voor het construeren van sterke
plots en het creëren van universele en levensechte karakters. Eenmaal kennisgemaakt met deze
oermotieven, zie je ze niet alleen terug in diverse verhalen maar herken je ze vermoedelijk ook in je eigen
levensverhaal. De terugkerende vraag is: hoe creëer je spanning en diepgang in verhalen? Aangeraden
wordt het boek Storytelling in 12 stappen te lezen.


Onafhankelijk platform
Voor werk dat een
HanZ
          WAARACHTIG     -     RECHTVAARDIG    -    WELLUIDEND   -    ZUIVER
verdient